136

God red!!

In 2007 ben ik in een onhoudbare situatie terecht gekomen, waarin ik,terwijl ik 4 a 5 maanden zwanger was, heb moeten vluchten. Ik verbleef in een vreemd land. Ik kon er wel wat mensen maar die durfde ik niet in vertrouwen te nemen. Ik ben zeer vroeg in de ochtend op de vlucht geslagen met alleen een linnen broek, een t- shirt en een spijkerjasje aan. Ik had geen geld, telefoon of paspoort meegenomen omdat de extra tijd die ik nodig had om deze artikelen te pakken, zoveel risico met zich meebracht, dat ik er voor gekozen had om dit niet mee te nemen. Ik heb het op een lopen gezet en was doodsbang dat ik gevonden zou worden door degene die mij zou gaan zoeken. Ik vreesde voor mijn leven! Ik was verdrietig, bang en alleen en droeg een dierbaar kindje in mij, waar ik verantwoordelijk voor was. Ik voelde mij nergens en bij niemand veilig en ben toen een heuvel opgeklommen. Daar vond ik een richel die net zo smal was, als ikzelf en daar kon ik mij liggend, goed schuil houden. Ik durfde bijna niet te bewegen en de nachten waren best koud. Slapen doe je in een dergelijke situatie niet, daar ben je te bang voor. De stenen voelde niet prettig onder mijn lichaam en ik voelde de kou optrekken in mijn botten. Na twee dagen en nachten begon ik toch wel behoorlijke honger en dorst te krijgen, want van een paar bloemblaadjes en een hazelnoot wordt een mens ook niet vrolijk. Ik voelde een grote verantwoordelijk voor mijn ongeboren baby en besloot tot God te bidden. Ik vroeg Hem om goed voor mijn kindje te zorgen. Ook vroeg ik Hem om eten en drinken. Ik verlangde niet veel. Ik vertelde Hem dat ik al zeer tevreden zou zijn met sinaasappels, water en droog brood. Ik wist wel dat het eten niet naar mij toe zou komen, dus ik moest die heuvel wel af. Ik was behoorlijk verzwakt, dus kon ik mij nog maar langzaam voortbewegen. Aan de kant van de heuvel, waar ik erop geklommen was, was ik al eerder, tijdens het zoeken naar hazelnoten, een stuk naar beneden gegleden. Dus aan die kant durfde ik niet meer naar beneden te gaan. Het werd dus de andere zijde van de heuvel. Deze zijde van de heuvel, stond helemaal vol met planten, bomen en struiken die vol met prikkels zaten. Mijn kindje moest toch eten, dus ging ik via deze weg naar beneden. Dit was bijzonder pijnlijk en vermoeiend, daar ik bijna geen energie meer had. Ik kwam regelmatig vast te zitten. Het leek wel een eeuwigheid te duren voordat ik eindelijk beneden was. Nu was ik weer doodsbang om gevonden te worden. Want ik had een bijzonder groot vermoeden wat er met mij zou gebeuren als ik gevonden zou worden. Bovendien zaten mijn benen en handen helemaal onder doornen en schrammen. Wat het niet makkelijker maakte. Bovenop die heuvel had ik mij toch wel redelijk veilig gevoeld. Na plus minus 10 minuten lopen bereikte ik een sinaasappelveldje, waar ik 8 sinaasappels heb geplukt en twee citroenen. God had mij voorzien in mijn nood. Ondanks dat ze niet rijp waren, had ik ze bijna allemaal opgegeten. Waarna ik plotseling ontzettend moe werd en mij verschrikkelijk beroerd voelde. Vlakbij het tuintje vond ik een tuinslang die aangesloten was op een kraantje. Ik draaide het kraantje open en kon eindelijk drinken. Wat een luxe! God had mij, nogmaals, voorzien in mijn nood. Een klein stukje verderop, zag ik een leegstaand riviertje, met hoge planten aan weerskanten, waaronder ik, uit het zicht, kon schuilen en rusten. De zon brandde erg fel. Het was te warm om te lopen. Ik besloot om toch even mijn ogen te sluiten, zodat ik kon rusten. Ik was erg bang en schrok van elk geluid, dus echt slapen kon ik niet. Ik besloot toch weer verder te gaan lopen. Na een paar passen, werd ik steeds duizelig en wilde ik rusten. Maar ik durfde niet langer te rusten. Ik had geen idee waar ik heen liep of waar ik heen moest gaan. Ik liep dwars door veldjes met olijfbomen, waar echt geen enkele olijf meer te vinden was. Uiteindelijk kwam ik bij de volgende heuvel en besloot deze op te gaan. Ditmaal liep ik gewoon op de autoweg, omhoog. Toen ik eenmaal bovenop de heuvel was aangekomen, zag ik aan mijn rechterhand wat tuintjes en aan mijn linkerkant zag ik een huis. Ik zag schoenen buiten bij de deur staan en besloot het erop te wagen. Ik had dorst. In het Engels vroeg ik de vrouw, of ik een glaasje water mocht drinken. Zij verstond mij niet, dus besloot ik over te gaan op gebaren. Na een paar pogingen begreep zij mij en bracht mij een glas water. Ik was hier erg dankbaar voor. Ik passeerde nog een viertal huizen, maar ik voelde dat ik daar niet moest zijn. Bij het vijfde huis, besloot ik aan te kloppen.

In de Engelse taal vroeg ik om eten, aan de vrouw die open deed. Zij verstond mij niet en ik wilde weg gaan, maar haar man sprak wel Engels en kwam meteen met een droog brood aan. Hij gaf deze aan mij zonder vragen te stellen. Ik bedankte hem hartelijk en liep verder om mijn weg te vervolgen. Zijn vrouw riep mij terug en gaf mij twee hard gekookte eieren, die zij nog over hadden van het Pasen. Een eindje verderop vond ik een plekje langs een smal weggetje waar ik het ging opeten. God had wederom voorzien in mijn nood. Prijs de Heer! Nog nooit was ik zo dankbaar geweest voor voedsel. Het was het lekkerste wat ik ooit in mijn leven gegeten had. Dat vind ik overigens nog steeds. Na dit heerlijke maal, sloeg ik een weg in die, kennelijk, doodliep. Aan het einde zag ik een leegstaand riviertje en besloot deze over te steken. Aan de overkant zag ik een paar veldjes en ik wilde daar even gaan kijken. Het bleek een veldje te zijn met olijfbomen. Ik wilde weer terug gaan maar raakte gedesoriënteerd en bleef maar rondjes lopen. Ik kon mij helemaal niet meer herinneren hoe ik nu bij dat veldje was gekomen. Aan de andere kant van het veldje, vond ik het leegstaande riviertje weer en dacht dat er niets anders op zat, dan het leegstaande riviertje in te kruipen en deze te volgen. Op handen en voeten ben ik bukkend voor de laaghangende begroeiing, uiteindelijk weer bij het punt terecht gekomen, waar ik het riviertje was overgestoken. Echt, ik heb vele malen gedacht dat ik nooit meer van het eiland af zou komen en mijn laatste uur geslagen had . Ik klauterde de weg weer op en zag aan het einde van de weg een heel groot huis staan. Ik dacht dat daar vast wel mensen konden wonen, die mij wilden helpen.

Ik belde aan en tot mijn grote verbazing, sprak de vrouw Nederlands. Ik verzon een smoes dat ik was gaan wandelen en verdwaald was. Ik vroeg haar om eten. Zij gaf mij soep en boterhammen. Ik voelde mij weer een beetje bijkomen. Toen zei mij vertelde dat zij over een uurtje wegging, kreeg ik het wel erg benauwd en besloot haar toch maar de waarheid te vertellen. Want waar moest ik dan heen? Ik zag het niet zitten om langer op het eiland te gaan rondzwerven, met het risico gevonden te worden. Hoe moest ik dan zien te overleven? Zij heeft mij in contact gebracht met instanties die mij verder konden helpen. Het Nederlandse Consulaat vertelde mij dat ik als vermist was opgegeven en dat zij blij waren dat ik mij gemeld had. Ik moest toen wel de situatie uitleggen.En zo werd ik een paar dagen later, veilig het land uit gebracht en werd er ook een verblijfplaats voor mij geregeld toen ik weer terug in Nederland was. Ik kon niet bij mijn familie verblijven omdat niet zeker was of ik daar veilig zou zijn. Ik ben geweldig opgevangen en er zijn veel mensen die mij geholpen hebben. God heeft echt voor mij en mijn kindje gezorgd. Hij was er voor ons, als een hemelse Vader. Hij heeft mij en mijn baby, echt gered! Ik heb mijn kindje daarom Joshua genoemd wat als betekenis heeft dat God redt! En dat heeft Hij gedaan!

 

Door deze ervaring ben ik echt in God gaan geloven als mijn Redder, Vader, Verlosser en Hij is nog zoveel meer….Dit heeft mij echt tot God doen bekeren!

 

Saskia van der Velden. 

 

 

Laat een reactie achter