100

Ik was een ordinaire drugscrimineel

Ik werd geboren in 1961 in Amsterdam. Ik was een echt kwajongen. Regelmatig zat ik bij de eerste hulp om te worden gehecht wegens wilde spelletjes of kwam ik thuis met een nat pak omdat ik bij het bootje springen in de gracht op de al half gezonken boot terecht kwam.
Al jong ging ik op mezelf wonen. Ik werd bouwvakker, maar toen de verkering met de dochter van de baas uit ging, werd ik ontslagen en ging ik me bekwamen om taxichauffeur te worden.
In die tijd leerde ik mijn vrouw Maria kennen. We trouwden in 1986, kregen een zoon en een dochter en we verhuisden naar Almere.

Drugs

Toen ging het mis. Ik had regelmatig klanten had die me naar drugs vroegen. Ik wist dat collega-taxichauffeurs bijverdienden door het verkopen van drugs. Ik ging het ook doen. Eerst dealde ik softdrugs, maar van lieverlee ging het steeds verder en werd ik meer en meer bij de criminaliteit getrokken. Uiteindelijk ging ik van de taxi af. Ik was iemand geworden die met Colombianen, Joegoslaven en andere zware criminele groepen samenwerkte. Relaties met andere vrouwen kwamen meermalen voor en mijn huwelijk met Maria kwam zwaar onder druk te staan.

Bidden

In die periode, nazomer 1996, overleed eerst mijn schoonvader en werd mijn eigen vader ongeneeslijk ziek. Omdat mijn vader zijn einde voelde naderen en een oordeel voelde aankomen, vroeg hij op zijn ziekbed Maria om raad. Of zij een gebedsgenezer kende die hem kon helpen. Maria kende geen gebedsgenezer, maar haar collega’s van de dierenambulance waren christenen die vast wel met hem wilden bidden.
Op mijn verjaardag kwam Maria thuis met haar collega’s om ‘s avonds naar mijn zieke vader te gaan. Ik bleef thuis. Maar toen Maria die nacht thuis kwam vertelde zij mij dat, zowel zij als mijn vader en moeder Jezus als Heer en Redder in hun leven hadden aangenomen.
Ik was ontroerd en blij omdat ik altijd wel heb gedacht dat er een God was. Maar ik weigerde zelf om Jezus aan te nemen, mijn leven strookte tenslotte niet met een christelijke levenswandel.

Maar God had mij op het oog. Toen Maria voor de tweede keer naar de kerk ging, vroeg ze me om met haar mee te gaan. Zodat ik wist waar ze was en hoe het er daar aan toe ging. Ik ging mee kon Gods roep niet weerstaan. Diezelfde zondag gaf ik mijn leven in de handen van God.

Gehoorzaam

Mijn vader overleed vredig. God haalde nam hem op in de hemel, een paar dagen voordat Maria en ik gedoopt werden. Ik begon kort na mijn doop door de Geest van God in vreemde talen te spreken, wat ook in de Bijbel beschreven wordt. Met grote blijdschap over mijn redding legde ik één voor één mijn criminele zaken voor God neer. Dit was nogal belangrijk. In het begin zat ik doodleuk in de kerk met een pistool onder mijn vest. En ik betaalde anoniem bijdragen aan de kerk van het geld dat ik met criminele zaken had verdiend. Maar God had geduld met mij. Ik kwam van een diepte en had nog moeite om de genade en het licht van God te zien. Totdat de Heilige Geest Zelf mij na een paar maanden heel duidelijk maakte dat het over moest zijn met het verafgoden van geld en macht. God verlangde excuses en vanaf dat moment een heilige levenswandel. Ik was gehoorzaam. Vanaf die dag heb ik zelfs geen paperclip meer meegenomen die niet van mij was.

Gods wegen

Mijn ommekeer was niet tot grote vreugde van iedereen. Mijn zus verbrak al het contact met mij en mijn criminele ‘ vrienden’ haakten heel snel af toen ik ze het evangelie begon te vertellen. Bijna alle andere kennissen kwamen steeds minder langs en belden bijna niet meer.

In het voorjaar van 1999 stuurde God mij en mijn gezin naar Toronto. In een kerk leerde ik, in het gezelschap van de meegekomen voorganger, om te prediken. Maria leerde er counselen. Weer thuis kwam ik later in de raad van het kerkbestuur, kreeg Maria de leiding over het aanbiddingsteam en leidde ze de tienergroep. De oude voorganger had inmiddels plaats gemaakt voor een andere. Maar de visie van de nieuwe voorganger week sterk af van de visie van de oude voorganger. Na een aantal jaren dienen bleek het geestelijke plafond in die gemeente bereikt.

Maria en ik vroegen God waar Hij ons wilde hebben. Dat was heel duidelijk. God leidde ons naar de diensten van een Braziliaanse pastor met een thuiskerk van 1400 leden. Nadat Maria en ik een tijdje onder deze pastor hadden gediend, keerden we terug naar Nederland. Maar voordat ik vertrok zegende de pastor, in opdracht van de Heilige Geest, mij in als nieuwe voorganger van de inmiddels opgebouwde gemeente.

Passie

De bevordering als nieuwe voorganger kwam voor mij als donderslag bij heldere hemel. Het was nooit mijn bedoeling geweest op zo’n plaats in te nemen, maar omdat het de wil van de Heer was heb ik het gedaan. Niet lang nadat ik de gemeente had overgenomen kreeg Maria van God de naam, de visie en het logo voor de gemeente. Dit bevestigde mijn plaats.

God heeft mij vanaf mijn bekering gevuld met hartstochtelijke passie voor Jezus en een diep verlangen naar reiniging en heiliging. Ik heb een hart als Johannes de Doper (de voorloper die Jezus aankondigde) en predik voornamelijk over het kruis en bekering van zonde. Ik haat religie en alle werk van de duivel. Wellicht is het daarom dat ik met grote kracht opsta tegen de duisternis. Mijn bediening gaat gepaard met genezingen en het uitdrijven van demonen.

Volgens mij is het de vervulling van de bijbeltekst. Dat God dát wat niets is,  heeft uitgekozen om iets te zijn. Ik was niets. Iemand waar mensen op neerkijken. Een ordinaire drugscrimineel en ik deed dingen in verborgene. Maar nu schreeuw ik het van de daken: Ik was verloren, maar Jezus heeft me gered.

Vrijwel al mijn contacten en ‘zakenpartners’ in de drugswereld zijn inmiddels vermoord. Maar ik leef en wijd me aan de allerhoogste taak die een mens ooit kan vervullen: het vullen van de hemel.
Mijn toewijding is groot omdat mij zoveel is vergeven. Eerst diende ik het geld, het geweld en de dood. Nu verkondig ik het eeuwige leven en de liefde en genade van God. Mijn Redder en Meester, Jezus de Christus van Nazareth. Glorie aan Zijn Heilige Naam!

 

Laat een reactie achter