147

Een bijzondere ontmoeting

Toen mijn wekker begon te rammelen, sloeg ik hem meteen uit en draaide ik me resoluut weer om. Een half uur later schrok ik alsnog wakker. In mijn hoofd gingen mijn gedachten als een razende tekeer. Ik was nog steeds boos. Mijn ogen waren nog dik en rood van het huilen. 
Ik wist dat Gods plan niet altijd te begrijpen is en dat ik beter gewoon naar de kerk kon gaan. Ik geloofde immers nog steeds dat er een God is. Zou die God dan niet het beste met mij voor hebben? Ik wist het, maar ik voelde me bitter. Boos, verdrietig en kinderachtig. Zo kinderachtig, dat ik God probeerde uit te dagen, door een lichtroze avondjurkje, met romantische bloemetjesprint, aan te trekken. Met een lang vest erover en stoere, platte laarzen eronder; dat dan weer wel. Maar toch, “Ik had lekker wel een vreemde outfit aan voor de kerk. Ha!” Ontzettend kinderachtig. De rode baret en rode tas maakten het af.
In de bus staarde ik boos voor me uit. In de metro begonnen mijn ogen te tranen. Ik voelde dat God me zijn liefde probeerde te geven. Maar ik bleef boos; eigenwijs als ik ben. Eenmaal in de stad liep ik met driftige stappen naar het pinautomaat, om “die stomme tienden” te pinnen. Ruim een half uur te laat stapte ik de kerk in. Ik zocht snel een plekje op en keek naar de geprojecteerde tekst, van het liedje dat werd gezongen. Ik kon mezelf er niet toe aanzetten mee te zingen. Maar ik voelde dat er aan me getrokken werd. Terwijl er werd gebeden, voelde ik tranen prikken achter mijn gesloten ogen. Dat beloofde wat.
De preek ging over de Heilige Geest en de groei die we maken door de Heilige Geest. De groei die in lagen komt. De groei die we moeten willen doorstaan, om dichter bij God te komen. Het raakte me, omdat ik me momenteel erg van die lagen bewust ben. Ik voelde hoe mijn onmacht, het van mijn koppigheid begon over te nemen. Ik wist heel goed dat ik het nooit tegen God zou kunnen opnemen. En ik voelde zijn liefde aan mij trekken. Geduldig trok Hij me steeds weer zachtjes naar Zich toe. Tot ik me met geen mogelijkheid meer kon verzetten en ik mezelf in Zijn armen liet vallen. Nog steeds met een koppig, boos gezicht; een andere kant opkijkend, omdat ik mijn tranen wilde verbergen. Zacht ei.
Ik wist gewoon dat ik niks tegen Gods plan in te brengen heb. Zijn plan is altijd het beste plan. Maar ik vond het nog steeds niet eerlijk.

Na de dienst voelde ik me al stukken beter. Maar ik voelde nog wel een verdrietige nasleep, dus besloot ik even de stad in te gaan. Ik liep de kerk uit en zag motregen beslag leggen op de straten. Ik zette mijn meest stralende glimlach op, greep mijn knalrode tas nog iets steviger vast en liep met vastberaden stappen de regen in. Ik liep ongeveer een kwartier in een drukke winkelstraat. Opeens zag ik een man, in een rechte lijn op me aflopen. Hij glimlachte van oor tot oor en keek me recht in mijn ogen aan. Het was alsof hij specifiek mij uitkoos – ten midden van de drukte. Zijn gezicht stond vol met positieve emotie en zijn blik liet de mijne niet los. Toen hij recht voor me stond begon hij in het Engels te praten. Het begrip ‘onzekerheid’ leek hij niet te kennen; de woorden die hij sprak kwamen zo vloeiend uit zijn mond, dat het leek alsof hij een lied zong en hij struikelde niet een keer over zijn woorden.

“You have such a beautiful face, but underneath that pretty face lies a great hunger. No hunger for food, but for answers, love and confirmation. At night your eyes get teary and you don’t sleep well enough. You have to trust God. You think too much.”

Na zijn woorden haalde ik – met een twijfelachtige glimlach – mijn Bijbel uit mijn tas, liet hem die zien en zei: ‘I know.’ Hij keek me met een stralende lach aan en stak zijn duim naar me op. Ik glimlachte nogmaals twijfelachtig en liep snel door. Ik was zo ontzettend verbaasd. Ik voelde zo ontzettend veel tegelijk. In eerste instantie was ik vooral geschrokken van deze man; wat voor onzin probeerde hij met me te delen? Mijn natuurlijke reactie was, dat ik een zekere afstand moest houden. Maar hij voorspelde me de toekomst niet; hij duwde me geen folders in mijn handen. Hij zei dat ik teveel nadenk en dat ik God gewoon moet vertrouwen. Niet op een manier corrigerende manier, maar op een liefdevolle manier. Alsof hij me wilde zeggen dat alles heus wel goed gaat komen. Het besef dat deze man me iets bijzonders had verteld, kwam pas toen ik al was weggelopen. En opeens had ik daar een beetje spijt van, want ik voelde opeens zoveel rust in mijn lichaam, dat ik zou willen dat ik langer naar zijn woorden had geluisterd. Aan de andere kant denk ik, dat hij me alles heeft verteld wat ik nodig had.

 

Laat een reactie achter